Sardis

Overzicht van de brieven aan de zeven gemeenten
(Openbaring 3:1-6)

De brief aan de gemeente van Sardis.

Vers 1a: “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten van God heeft en de zeven sterren:…”

Sardis betekent Onvluchtte: de opkomst van het protestantisme in de jaren 1500-1800 na Christus.

Hier denken we aan de periode van het ontstaan van het Protestantisme. De tijd van de hervorming en haar voorlopers. In de profetische betekenis zien we een lijn die ons iets vertelt van de geschiedenis van de gemeente. Zo zijn er vier brieven die wijze op de perioden voor de Hervorming en de laatste drie brieven wijzen op de perioden na de hervorming. Helaas, aan het einde van deze tijd van geestelijke opleving is er toch een dode, wereldgelijkvormige gemeente over, maar…. gelukkig ook een getrouw overblijfsel.

Sardis is een gemeente, vol traditie christenen, mensen die met de mond belijden, maar niet echt een relatie met Jezus kennen. Tot op de dag van vandaag komen we die soort namaak christenen tegen.
De Sardis gemeente beslaat een tijdsperiode in de Kerkgeschiedenis van het jaar 1520 tot het jaar 1750. Aan de ene kant zien wij de geestelijk donkere Middeleeuwen met hun afgoderij en aan de andere kant zien wij, toen de duisternis op haar hoogtepunt gekomen was, de Heer Zijn Licht deed schijnen, toen begon Hervorming.

Jezus verschijnt als degene die de zeven Geesten Gods en de zeven sterren heeft. Dat wil zeggen, Jezus heeft de volheid van de Geest en Hij alleen heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Natuurlijk heeft Hij ook alle macht in de Gemeente en dit wordt uitgebeeld door de zeven sterren, zij zijn de voorgangers/oudsten van de gemeenten.

Vers 1b: Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood.”

Jezus die alles weet doorziet ook de uiterlijke vroomheid van deze gemeente. De naam hadden ze wel te leven, maar wat heb je daar aan, Jezus kijkt daar dwars doorheen. Hij ziet wat er echt is van hun geloof. Ze waren geestelijk gesproken feitelijk dood en het bewijs is altijd dat de vrucht uitblijft. (Gal.5:22). Dus ze waren onveranderde christenen, vandaar dat wij lezen in:

Vers 2:Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God.”

Als onze werken niet vol zijn, wordt daarmee bedoeld: het voldeed niet aan wat God van ons verwacht. God kijkt verder dan de buitenkant, de vraag is veel belangrijker:”wat is de reden waarom we hetw erk doen”. Gaat om onze liefde tot Christus of willen we graag gezien worden door de mensen. Hij die alles ziet, weet dat als geen ander.

Vers 3a: “Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u.”

Zij hadden dus iets ontvangen, dat zij hadden prijsgegeven; iets waarvan zij in de loop der tijden waren afgeweken en nu moesten zij zich dat zo spoedig mogelijk herinneren om daarheen terug te keren! De weg terug  is altijd de moeilijkste en het is nu nog mogelijk.
Tegelijk mogen we hieruit begrijpen dat we wel degelijk zaken, die we van God ontvangen hebben kunnen verliezen. Hierbij gaat het om vrede, blijdschap, geestelijk inzicht, gaven van de Geest etc.

Vers 3b: “Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist
niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.”

Voor naam christenen zal de Heer Jezus, straks als Hij weerkomt, komen terwijl ze Hem niet verwachten. Oprechte en dus ware kinderen van God zullen niet overvalleen worden door de komst van Jezus, want ze verwachten Hem (Lees 1 Thes.5:1-5). Daarbij komt dat ze weten door de tekenen van de tijd, dat de komst van Jezus dichterbij komt. (Mat.24:32-44) Gelukkig worden er ook hier nog “getrouwen” gevonden, enkele personen die niet met de grote stroom meegaan.

Vers 4-5a: “Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn.
Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren…”

Het is niet altijd beter om bij de massa te horen, dus met iedereen mee te lopen. Soms is zelfs de weg van de massa ‘niet’Gods weg (Lees Mat.7:13,14). Hier zijn het weinigen die hun klederen niet bevlekt hebben, met andere woorden ‘ze leven in de heiligmaking’ ze doen b.v. niet mee met de zondige praktijken van de wereld. Zij zullen het waard zijn in witte klederen te wandelen. Dat woordje ‘waardig’ toont ons een bijzondere waarheid, er zijn dus mensen die waardig gekeurd zullen worden om straks bij de schare te horen die met witte klederen bekleed weggenomen worden van de aarde om eeuwig met Jezus te zijn. Deze mensen zijn niet beter of volmaakt, maar ze nemen het evangelie niet lichtzinnig. (Lees Lukas 21:36)

Welk een belofte voor de overwinnaars:

Vers 5b-6: “…en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het Boek des Levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt.”

Jezus leert ons ook, dat als wij Hem belijden voor de mensen, Hij ons zal belijden voor de Vader. Maar als we Hem verloochenen, verloochent Hij ons. (Mat.10:32,33) Jezus belijden is veel meer als getuigen van Zijn liefde tegen anderen. Jezus belijden is, in ons dagelijks leven door ons doen en laten het evangelie zichtbaar maken voor anderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s