Pergamum

Overzicht van de brieven aan de zeven gemeenten
(Openbaring 2:12-17)

De brief aan de gemeente van Pergamum.

Vers 12: “En schrijf aan de engel van de Gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard heeft:”

Pergamus betekent “Huwelijk“. Dit wijst op de verbintenis tussen kerk en staat in de jaren 321- 538 na Chr.

De vervolging van de gemeente neemt nu een einde, maar de gemeente verliest ook voor een groot deel haar geestelijke kracht en roeping. De toestand in deze gemeente is daarom veel treuriger dan in de voorafgaande gemeente van Smyrna.  Vandaar ook de aanhef van deze brief in vers 12 “..Hij die het tweesnijdend zwaard heeft” (= Gods Woord). Christus vertoont Zich hier in een geheel ander karakter, hier verschijnt Hij als de Rechter, Hij die alles weet.

Vers 13a: “Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is.”

Jezus weet waar ze wonen, namelijk waar de keizerlijke verering gelijk opging met de aanbidding van God. Het standbeeld van de keizer werd vereerd. Pergamus was toentertijd de politieke hoofdstad van de provincie alwaar keizerlijke aanbidding tot grote hoogte werd opgevoerd. De Christenen die daar woonde stonden onder grote druk om hieraan mee te doen. Velen hadden inmiddels een compromie gesloten en daardoor was er een vermenging gekomen tussen afgodendienst en Godsdienst. Maar God zal dit nooit accepteren, want Jezus is alleen onze aanbidding waard.

Temidden van deze afval was er ook een getrouw deel van de Gemeente. Met name wordt hier genoemd Antipas, die een hoge prijs betaalde voor zijn getrouwheid.

Vers 13b: “U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.”

Antipas verloochende zijn geloof niet ondanks de keizerlijke druk. De Heer noemt hem dan ook de “trouwe getuige”.  Voor zijn weigering om de keiezer te vereren werd hij
ter dood gebracht. Hoe geweldig als Jezus ons noemt “getrouwe getuige”.Jezus zelf wordt zo genoemd in Openb.1:5 en ook Hij was getrouw tot de dood.

Daar waren echter in de Gemeente te Pergamus twee valse (afwijkende leringen), namelijk: de leer van Bileam en de leer van de Nikolaieten.

Vers 14-15: “Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.”

De eerste lering kwam neer op “het eten van aan de afgoden gewijdde offers”. De tweede lering leerde dat overspel acceptatbel is voor een christen”
In beide gevallen komt het neer op het sluiten van een compromie en God haat dat.  Van Bileams zonde kunnen wij lezen in het boek Numeri, de hoofdstukken 24, 25 en 31. En wanneer wij één en ander vergelijken met hetgeen geschreven staat in 2 Petrus 2:12-15 en Judas 11, zo zal ons het totale beeld van dit kwaad duidelijk worden.

Zowel het Balaämisme (of: Bileamisme) als het Nikolaïtisme vormden het begin van de Rooms Katholieke leer, een waar mengsel van evangelie en wereldgelijkvormig- heid.  Genade werd gebruikt, beter gezegd “misbruikt”, als een “dekmantel” voor de zonde. De Kerkgeschiedenis verhaalt, dat in de 4de  eeuw na Christus een dergelijke profetische voorstelling van zaken werd gekend in de Gemeente. De vervolgingen hadden een einde genomen. Toch was het doel niet bereikt! In plaats van terug te keren tot de eerste werken, dwaalde de Gemeente nog verder af. De wereld was binnengeslopen en nam de overhand; de Gemeente verloor haar eenvoudigheid en geestelijk karakter… Dit
laatste zó zeer, dat zij zich geheel en al stelde onder bescherming van de macht van de overheid, waardoor de staat bemoeienis kreeg in de gemeente.

Daarom is het niet te verwonderen, dat op het constateren van deze zonden, genoemd in de verzen 14 en 15a, moest volgen: “en dat HAAT Ik” (zie Openb. 2:15b) echter op deze uitspraak van de Heer volgt opnieuw de roep tot BEKERING (zie vers 16)!

Vers 16: “Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.”

Met andere woorden: Keer terug van deze weg en zondert (heiligt) u geheel en al van haar af van de wereld. Doet u dat niet, …dan komt onherroepelijk het oordeel. Wat God laat Zijn kinderen niet zomaar aan hun lot over. Hij zal alles doen om ons terug te roepen.

Daarom dat er staat: “Ik zal tegen HEN oorlog voeren”. De Heer zal namelijk Zelf de strijd aanbinden tegen de VERLEIDERS, d.w.z. vals leraren. Hoe weinig getrouwen ook overgebleven zijn, toch denkt de Heer Jezus Christus aan dezen nog met onveranderlijke liefde!

Vers 17: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de Gemeenten zegt. Aan wie
overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte
(keur)steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.”

Dit “Manna” is het Woord van de levende God, dat door de Heilige Geest is levend gemaakt; terwijl dit levende Woord niemand anders is dan Christus Zelf. (Joh. 6:49-51) Maar…in tegenstelling met het manna dat uit de hemel viel, als voedsel voor
Israël tijdens hun woestijnreis, is er een “verborgen Manna” – dat manna,
bevond zich in de gouden pot, verborgen in de Ark des Verbonds. Dit wijst op de verborgenheden in het Woord van God die ons alleen door de heilge Geest geopenbaard worden.

De “witte keursteen” was het teken en het bewijs van de vrijspraak uitgesproken door de hemelse Rechter doordat Jezus onze straf droeg en we vrij zijn van het oordeel, terwijl de
“nieuwe naam”,
die door niemand anders wordt gekend dan alléén door degenen die hem ontvangen, de bijzondere relatie uitdrukt die de overwinnaars zullen hebben met Jezus, als Bruid t.a.v. de Bruidegom. Een vrouw die huwt ontvangt ook een nieuwe naam.

Het is altijd het alleenrecht van God geweest om de namen van Zijn kinderen te veranderen. Hij deed dit met Abram en Sarai. Hij noemde hen Abraham en Sara (zie Gen. 17:5 en15). Hij gaf ook aan Izaäk en Jezus hun naam en veranderde de namen van Simon, Saul en van andere discipelen. Het zou ons te ver voeren om hier nog dieper op in te gaan. Alleen nog dit… dat de Bruidsgemeente  straks de Naam van haar Bruidegom zal aanvaarden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s